Chapter 8:

Ontwaak, gij die slaapt!

Kijk: Word wakker, jij die slaapt!

Welkom in Nazarene Israël. Mijn naam is Norman Willis.

In Efeziërs hoofdstuk 5 zegt de apostel, de Vader Jahweh citerend:

Efeziërs 5:14
14 “Ontwaakt, gij die slaapt! Sta op uit de dood, de Messias zal u licht geven!”

Velen van ons hebben het gevoel dat we dit vers al vervullen. Wij voelen dat wij reeds ontwaakt zijn, als uit onze geestelijke sluimering. Dat we al zijn opgestaan, als uit de geestelijk doden. En onze reden om dit te geloven is dat wij ons reeds bewust zijn van onze identiteit als de Verloren Stammen van Israël. Wij beginnen reeds te rusten op de Sabbath en de Feestdagen, en wij lezen reeds de wekelijkse Torah-gedeelten. En onze aanbidding begint er steeds meer Hebreeuws uit te zien. Maar zijn wij ons bewust van de diepere implicaties van deze passage? Zijn wij wakker voor onze eis, dat wij degenen zijn die het Koninkrijk van de Messias zullen vestigen in deze eindtijd? Denk er eens over na.

Wij weten dat Jesjoea een groot Koning is. In Jesaja hoofdstuk 9, wordt ons het volgende verteld.

Yeshayahu (Jesaja) 9:6-7
6 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven; en de regering zal rusten op zijn [Yeshua’s] schouder. En Zijn naam zal genoemd worden Wonderbaar, Raadsman, Machtige Elohim, Eeuwige Vader, Vredevorst.
7a Aan de toename van zijn regering en van de shalom [peace of His Kingdom] zal geen eindekomen…

Wij bidden en wachten dus op de vestiging van Zijn Koninkrijk, en op de voortdurende toename van de sjaloom van Zijn Koninkrijk. Maar in plaats daarvan zien we alleen Matteüs 24 die op de deur klopt. We zien de grondvesten van de Nieuwe Wereldorde worden gelegd. Wij zien dreigingen van een komende tijd waarin wij misschien niet meer kunnen kopen of verkopen tenzij wij een microchip of een vaccin nemen, of een ander soort merkteken van een Babylonisch beest-systeem. Maar zijn wij ons ervan bewust dat het onze taak is om Jesjoea’s Koninkrijk te vestigen, en dat het onze taak is om het te helpen groeien en te blijven groeien zonder einde? Mensen zeggen, ‘Hoe zou dat mogelijk zijn? Is dat niet de taak van de Messias om Zijn Koninkrijk te vestigen? Is dat niet iets wat Hij hoort te doen? Laten we eens kijken.

In Exodus hoofdstuk 17 sprak Jahweh tot Israël en zei dat Hij degene zou zijn die Amalek volkomen zou uitroeien.

Shemote (Exodus) 17:14
14 Toen zeide Jahweh tot Mosjé: “Schrijf dit ter gedachtenis in het boek en vertel het Jozua, dat Ik de herinnering aan Amalek volkomen van onder den hemel zal uitwissen.”

Dus hier, in dit vers, zei Jahweh dat Hij degene zou zijn die dit zou doen. Laten we nu eens kijken naar Deuteronomium hoofdstuk 25.

Devarim (Deuteronomium) 25:19
19 Daarom zal het zijn, wanneer Jahweh, uw Elohim, u rondom rust gegeven heeft van uw vijanden, in het land dat Jahweh, uw Elohim, u ten erfdeel geeft, dat gij de herinnering aan Amalek van onder de hemel zult uitwissen. Gij zult niet vergeten.

Dus gebood Jahweh hier Israël, dat zij de herinnering aan Amalek van onder de hemel zouden uitwissen (en niet vergeten!). Dus, welke is het? Was Jahweh degene die de herinnering aan Amalek moest uitwissen, of was Israël degene die de herinnering aan Amalek moest uitwissen?
Laten we verder nadenken. In Daniël hoofdstuk 7, zoals we dat in de Openbaringstudie uitleggen, gaat het om de tijd van bazuin 7.

Daniël 7:26-27
26 “Maar het [heavenly] hof zal zetelen, en zij zullen zijn [kingdom and] heerschappij wegnemen [die van een personage dat de kleine hoorn wordt genoemd, waarvan wij in die studie uitleggen dat het het pausdom (paus) is], om zijn koninkrijk voor altijd te verteren en te vernietigen.
27 Dan zullen het Koninkrijk en de heerschappij, en de grootheid van het Koninkrijk onder de ganse hemel gegeven worden aan het volk, de heiligen van de Allerhoogste [Nazarene Israel]. [Toch staat er] Zijn Koninkrijk zal een eeuwig Koninkrijk zijn, en alle heerschappij zal Hem dienen en gehoorzamen.

Maar, mensen zeggen, ‘Wacht even, ik begrijp het niet. Hoe kan Zijn Koninkrijk een eeuwig Koninkrijk zijn en hoe kunnen alle heerschappijen Hem dienen en gehoorzamen, wanneer het Koninkrijk en de heerschappij en de grootheid van het Koninkrijk onder de gehele hemel gegeven zijn aan de mensen, aan de heiligen van de Allerhoogste? Hoe kan het zijn dat het Koninkrijk en de heerschappij aan Nazareeër Israël is gegeven, en dat toch alle Koninkrijken en heerschappijen Hem zullen dienen en gehoorzamen?

Het antwoord is eenvoudig: Hij is ons hoofd en Israël is zijn lichaam. Als het lichaam iets doet, is het het Hoofd dat er de eer voor krijgt. En man en vrouw zijn één vlees.

Dus, dit is een wake-up call voor degenen onder ons die slapen. Dit is een oproep om te beseffen dat het onze taak is om het Koninkrijk van de Messias te vestigen in deze eindtijd.

Nu lezen we het nieuws en misschien begrijpen we zelfs waar we ons bevinden in de tijdlijn van de Openbaring. Maar zijn wij wakker voor onze eis om wereldwijd één enkele, wereldwijde, verenigde bediening voor Jesjoea op te richten, die moet dienen als de basis voor Jesjoea’s komende Koninkrijk? Het punt is dat er iets te doen is.
Deuteronomium hoofdstuk 6, verzen 4 tot 5 zijn wat wij bidden als het Grote Shema.

Devarim (Deuteronomium) 6:4-5
4 “Shema [Hear and Obey], o Israël: Jahweh onze Elohim, Jahweh is één!
5 Gij zult Jahweh, uw Elohim, liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.”

Er is iets te doen zegt hij. Als er niets te doen is, waarom moeten wij Hem dan aanbidden en Hem liefhebben met al onze kracht? Het is duidelijk dat er iets te doen is. Dus, wat betekent het woord shema? Het woord shema betekent, niet alleen horen, maar het betekent horen en gehoorzamen, o Israël.

Strong’s Hebreeuwse Concordantie H8085
shâma‛, shaw-mah’(שָׁמַע)
Een primitieve wortel; om intelligent te horen
(vaak met implicatie van aandacht, gehoorzaamheid, enz.; Causatief vertellen, enz.) …

Het betekent intelligent horen, of horen met wijsheid. Niet alleen horen en dan niets doen, maar horen en dan gehoorzamen. Omdat er een implicatie van aandacht is, want dit zijn de woorden van onze Schepper en onze Elohim. Er is ook een implicatie van gehoorzaamheid. Want als wij de woorden van de Schepper horen en ze niet gehoorzamen, als wij niet doen wat Hij ons zegt te doen, dan kwalificeert dat als rebellie. En op rebellie staat de doodstraf.
Wel, dit is waar de apostel Jakobus het begrip vandaan haalt in Jakobus hoofdstuk 1.

Ja’akov (Jakobus) 1:22
22 Maar weest daders van het woord, en niet slechts hoorders, die uzelf misleiden. (d.w.z. denken dat we een grote beloning zullen krijgen, terwijl we in werkelijkheid in opstand zijn).

We moeten niet alleen horen wat Hij zegt dat we moeten doen, maar we moeten het ook daadwerkelijk doen.

De apostel Shaul (Paulus) zegt hetzelfde in Romeinen hoofdstuk 2.

Romim (Romeinen) 2:5-6
5 Maar in overeenstemming met uw hardheid en uw onboetvaardig hart koestert u voor uzelf toorn op de dag van toorn en openbaring van het rechtvaardig oordeel van Elohim,
6 die “een ieder zal vergelden naar zijn daden…”
[Niet wat we geloven, maar wat we doen.]

Nogmaals, onze beloning is niet naar wat wij geloven, het is niet naar wat wij weten, maar het is naar wat wij werkelijk doen.

Hoeveel van ons begrijpen dit?

Romim (Romeinen) 2:7-9
7 eeuwig leven voor hen die door geduldig te volharden in het doen van het goede streven naar heerlijkheid, eer en onsterfelijkheid;
8 maar voor hen die zichzelf zoeken en de waarheid niet gehoorzamen, maar de onrechtvaardigheid gehoorzamen, is er verontwaardiging en toorn,
9 verdrukking en angst, over iedere ziel van de mens die kwaad doet, eerst van de Jood en ook van de Griek;

In de context betekent goed doen, goed doen voor Jesjoea’s Koninkrijk, en niet goed doen voor Jesjoea’s Koninkrijk wordt gedefinieerd als het verkeerde doen. Met andere woorden, zij wisten wat zij moesten doen, zij wilden het alleen niet doen. En dat kwalificeert als gehoorzamen aan ongerechtigheid.

Doen we wat Jesjoea zegt dat we moeten doen? Dat is de waarheid gehoorzamen, dat is het goede doen. Of horen we wat Jesjoea wil dat we doen, en doen we het niet met heel ons hart, met heel onze ziel, en al onze kracht? Dat wordt in de Schrift als rebellie beschouwd.

Dus, wat zijn we verplicht te doen?

In Mattheüs hoofdstuk 28, vertelt Jesjoea ons om de Grote Opdracht te doen.

Mattityahu (Mattheüs) 28:18-20
18 En Yeshua kwam en sprak tot hen, zeggende: “Mij is alle macht gegeven in hemel en op aarde.
19 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en dompelt hen onder in mijn naam,
20 hun leren onderhouden[bewaken; (Hebreeuws; Shomer לשמר] alles wat Ik u geboden heb; en zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.”
Amein, ik weet niet wat ik moet doen.

(Als je wilt weten waarom we ons onderdompelen in Jesjoea’s naam alleen, lees dan de studie over Waarom we ons onderdompelen in Jesjoea’s naam alleen. Het staat in Nazarener Schrift Studies Deel 3. U kunt het gratis vinden op de website, u kunt ook een pdf exemplaar gratis downloaden, of u kunt een exemplaar in paperback kopen bij amazon.com op onze kosten).

Maar met andere woorden, Jesjoea moest hen leren al de dingen te doen die Hij had bevolen. Wij horen de dingen die Hij ons beveelt te doen, en dan moeten wij ze doen. En in het Hebreeuwse denken, als wij de dingen horen die Hij ons zegt te doen, maar wij doen ze niet, dan is het alsof wij niet gehoord hebben.

Wat beveelt Jesjoea ons te doen?

Efeziërs 4:11-13
11 En Hij zelf gaf sommigen om apostelen te zijn, sommige profeten, sommige evangelisten, en sommige voorgangers en leraren,
12 voor de toerusting van de heiligen voor het werk van het lichaam van de Messias,
13 totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van Elohim, tot een volmaakt mens, tot de maat van de volheid van de Messias

Dit zijn de vijf bedieningsgaven, ze staan bekend als de Vijfvoudige Bedieningsgaven. En het doel is om de heiligen toe te rusten voor het werk van de bediening, zodat zij dan het lichaam van de Messias kunnen opbouwen (edify). Deze vijf gaven zijn nodig voor de opbouw en opbouw van het lichaam van de Messias. En hoe lang had het moeten duren? Het moest duren tot we allen tot de eenheid van het geloof kwamen. Dit is nog niet gebeurd. Het zou duren totdat wij allen tot de kennis van de Zoon van Elohim komen om volmaakte mensen te zijn (om een volmaakt lichaam van Messias te zijn). Het is nog niet gebeurd. Dus, de reden waarom we moeten blijven oefenen met deze gaven is omdat deze gaven de manier zijn waarop we in de eenheid van Het Geloof komen. Deze gaven zijn de manier waarop wij ons samen opbouwen en opgroeien als het lichaam van de Messias. We kunnen deze gaven dus nog niet afschaffen.

Wat is de belofte? Er staat: als wij gehoorzamen overeenkomstig deze gaven, als wij doen overeenkomstig de gaven die Jesjoea ons heeft gegeven, dan zullen wij niet langer geestelijke kinderen zijn , die heen en weer geslingerd worden en door de listen der mensen met alle winden der leer worden meegesleept. (zoals in Efeziërs 4:14 staat). Dat wil zeggen, door de list van de Messiaanse leiders en leraars, in de sluwheid van bedrieglijke samen zwering (door meer dan één bediening te hebben).

Efeziërs 4:14
14 Opdat wij voortaan geen kinderen meer zijn, die heen en weer geslingerd worden, en met alle wind der leer meegesleept worden, door de listigheid der mensen, en de sluwheid, waardoor zij op de loer liggen om te misleiden;

Want wat Jesjoea wil is één enkele verenigde bediening waarin al Zijn ware dienaren allen tezamen dienen.

Wat is het tegengif? Hij zegt, door de waarheid in liefde te spreken, dat het lichaam van Jesjoea in alle dingen zal samengroeien tot Hem die het Hoofd is (Messias).

Efeziërs 4:15
15 Maar door de waarheid in liefde te spreken, groeit u in alle dingen naar Hem toe, die het hoofd is, namelijk de Messias.

Het mentale beeld is alsof Jesjoea’s hoofd in de hemel hangt en wij samen moeten komen, en elkaar moeten helpen om onszelf op te trekken (aan onze laarsstrikken, zogezegd). Zodat we kunnen groeien tot de Messias. Maar we worden allemaal verondersteld samen te werken. Niet dit ambt, en dat ambt, en nog een ander ambt in een ander ambt. Maar er wordt verondersteld één enkele bediening te zijn, één enkel lichaam van Messiah, waarin iedereen samenwerkt om een verenigd-Koninkrijk van Messiah te vormen. Daarom gaat het verder in Efeziërs hoofdstuk 4, vers 16:

Efeziërs 4:16
16 Van wie het gehele lichaam, in harmonie samengevoegd en verenigd door de werking van alledelen, naar de mate van de werkzaamheid van alle delen, het lichaam doet toenemen tot opbouw van zichzelf in de liefde.

Wanneer elk deel van het lichaam samen bijdraagt naar discipline en naar wat het kan, is dat wat de groei van het lichaam veroorzaakt tot opbouw van zichzelf in de liefde. En nogmaals, als we gehoorzamen aan wat Jesjoea zegt, kwalificeert dat als gehoorzaamheid, en als we ongehoorzaam zijn aan wat Jesjoea zegt, kwalificeert dat als rebellie.

Ik weet niet aan hoeveel mensen ik dit in de loop der jaren heb uitgelegd. Maar ik zal nooit vergeten toen ik het aan een broer uitlegde, ik legde hem alles uit. Ik heb de vijfvoudige bediening en het fundament van apostelen en profeten uitgelegd. En ik legde de Grote Commissie uit en wat Jesjoea van ons verwacht dat we doen. En dit is een broeder die zichzelf beschouwt als een verkochte, dood-aan-het-vlees, discipel. En weet je wat hij zei?

Hij zei, “Dat klinkt als een hoop werk.”

Luca (Lucas) 6:46
46 [Yeshua says] “Waarom roept gij Mij ‘Adon, Adon’, [‘Meester, Meester’] en doet gij niet de dingen die Ik zeg?”

[Do you not understand that you are treasuring up judgment for yourselves?].

Hij gaat verder.

Luca (Lucas) 6:47-48
47 [Yeshua says] Wie tot Mij komt en Mijn woorden hoort en ze doet [d.w.z. Shema; hij hoort wat Jesjoea zegt en hij doet het], Ik zal jullie laten zien op wie hij lijkt:
48 Hij is als een man die een huis bouwde, die diep groef en het fundament legde op de rots [on Yeshua]. En toen de vloed opkwam, sloeg de stroom hevig tegen dat huis, en kon het niet doen schudden, want het was op de rots gegrondvest.”

Met andere woorden, hij woont in Jesjoea, Jesjoea’s woont in hem. Jesjoea in de Vader en de Vader in Hem. Hij maakt zichzelf tot een leeg vat waardoor Jesjoea’s Geest zich kan manifesteren. Zijn fundering is veilig. En toen de vloed opkwam en de stroom hevig tegen dat huis sloeg, kon het niet schudden. Omdat het op de Rots was gegrondvest, deed het de dingen die Jesjoea zei te doen.

Luca (Lucas) 6:49
49 “Maar wie de woorden van Jesjoea heeft gehoord en niets heeft gedaan, is als iemand die op de aarde een huis heeft gebouwd zonder fundament, waartegen de stroom hevig sloeg; en terstond viel het. En de verwoesting van dat huis was groot.”

Broeders, zusters! Hoevelen van ons horen Jesjoea’s woorden en nemen ze ter harte, en doen ze allemaal? En hoevelen van ons horen Jesjoea’s woorden en doen ze niet allemaal? Dat is waar deze passage over gaat. Zijn we wakker voor deze eis? Om alles te doen wat Jesjoea zegt te doen? Zelfs als het klinkt als veel werk?

Wel, onze beloning of straf is gebaseerd op ons werk. Laten we eens kijken naar Openbaring hoofdstuk 22.

Hitgalut (Openbaring) 22:12
12 [Yeshua says] “En zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is bij Mij, om aan een ieder te geven naar zijn werk.

Er zijn veel mensen die denken dat hun beloning gebaseerd is op wat zij weten. Een beloning is gebaseerd op onze werken voor Jesjoea’s Koninkrijk.

– Helpen wij mee aan de opbouw van Yeshua’s Koninkrijk?
– Doen we werkelijk Jesjoea’s werk? Of slapen we liever aan Jesjoea’s gebod?
– Wie hebben we op de troon? Hebben wij Jesjoea op de troon, en wassen wij Zijn voeten?
– Of zitten wij nog steeds op de troon, en wast Jesjoea nog steeds onze voeten?

Weet je, het grappige van Jesjoea is, Hij zal ons op onze troon laten zitten, en Hij zal onze voeten komen wassen.
Maar weet je, als kinderen geboren worden, is dit hun werk. Om te eten en te groeien, en iemand anders te hebben die hen voedt, iemand anders die voor hen zorgt, iemand anders die voor hen betaalt, hen verschoont, hen schoonmaakt. Iemand doet alle dingen voor hen, en dat is prima voor een kleine kersverse baby. Maar als de baby groeit, moet hij eerst voor zichzelf beginnen te zorgen, hij moet leren zichzelf schoon te maken, en achter zichzelf op te ruimen. En als de baby verder groeit en een jonge volwassene wordt, moet hij beginnen te helpen in het huishouden, als hij liefde voor zijn vader heeft.

Dus, aangezien onze Vader een grote Koning is, houden wij genoeg van Hem om te beginnen Zijn Koninkrijk te helpen groeien? En als wij Jesjoea’s bruid zijn, houden wij dan genoeg van Jesjoea om Hem te helpen Zijn Koninkrijk op te bouwen? Want dat is echt wat Hij wil, een Spreuken 31 bruid die Hem helpt Zijn Koninkrijk op te bouwen? Zijn wij die Spreuken 31 bruid? De dingen doen waarvan we weten dat Jesjoea wil dat we ze doen?

Ik weet niet hoe het oordeel zal zijn. Maar wij weten dat Jesjoea onze Voorspraak is en dat Hij zal pleiten voor hen die Hem helpen Zijn Koninkrijk op te bouwen, op de dag des oordeels. En ik stel me voor, of we nu op ons gezicht liggen of op onze knieën, Yahweh zit daar op Zijn Grote Witte Troon. En Hij gaat de lijst lezen van alles wat we goed deden en alles wat we nalieten. En waarschijnlijk, althans voor mij, zal de lijst van de dingen die we niet hebben gedaan veel langer zijn dan de lijst van de dingen die we wel goed hebben gedaan. Maar dan (ik stel het me zo voor, ik weet het niet maar ik stel het me zo voor) gaat Hij zich tot Jesjoea wenden en Hij gaat Jesjoea vragen wat Hij zegt. En tegen sommigen van hen zal Hij zeggen,

Wacht Vader, deze heeft echt geprobeerd om Mij te dienen. Nu, hij heeft het verknald, hij heeft dit verkeerd gedaan. Hij deed dat verkeerd. Hij heeft dit niet goed gedaan, hij heeft dat niet goed gedaan. Maar weet je wat, ik kon zien dat zijn hart op de juiste plaats zat, omdat hij het echt probeerde. Dus Vader, laat deze voor Mij. Ik zal met deze werken.”

Als je bedenkt hoe geweldig die dag was, laten we dan iets aan het toeval over? Geven wij werkelijk aan Jesjoea ons uiterste best? Geven we Hem echt het meeste dat we Hem kunnen geven? Begrijp je de ontzaglijkheid van die dag?

Nu, soms denken we dat de dingen in de eerste eeuw anders waren dan nu. Maar misschien ook niet. Want terwijl de discipelen naar Jesjoea luisterden, vertelde Hij hun een andere gelijkenis. Omdat de discipelen schenen te denken dat het Koninkrijk van Elohim onmiddellijk zou verschijnen. Nu weten we dat er verschillende niveaus zijn in het Koninkrijk. Er zijn bepaalde niveaus en verschillende aspecten in het Koninkrijk.

Maar laten we eens kijken naar de gelijkenis die Jesjoea sprak, in Lucas hoofdstuk 19. Hij heeft het over Zichzelf die naar de hemel gaat om het Koninkrijk te ontvangen.

Luca (Lucas) 19:11-14
11 Toen zij nu deze dingen hoorden, sprak Hij een andere gelijkenis, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en omdat zij dachten dat het Koninkrijk van Elohim onmiddellijk zou verschijnen.
12 Daarom zeide Hij: “Een zekere edelman ging naar een ver land om voor zichzelf een koninkrijk te ontvangen en daarna terug te keren.”
13 “Toen riep hij tien van zijn dienaren, gaf hun tien minas en zei tegen hen: ‘Doe zaken tot ik kom.’
14 Maar zijn burgers haatten hem en stuurden een delegatie achter hem aan, zeggende: “Wij willen niet dat deze man over ons regeert!

Nu, we kunnen ons voorstellen dat dit de 10 verloren stammen zijn. En Hij levert 10 minas, wat verwijst naar hun 10 geredde levens. Wat Hij zegt is, bouw Mijn Koninkrijk, doe zaken totdat Ik kom. Maar dan is er een tweede groep (Zijn burgers die Hem haatten en zeiden: “Wij willen niet dat deze man over ons regeert!”). Hier wordt gesproken over het orthodoxe Juda (de Farizeeën). Laten we verder gaan.

Luca (Lucas) 19:15-17
15 “En toen hij terugkeerde, nadat hij het koninkrijk had ontvangen, gebood hij deze dienaren, aan wie hij het geld had gegeven, bij zich te roepen, opdat hij zou weten hoeveel ieder voor hem had verkregen door handel te drijven. [He wanted to know what we have done for Him to help build His Kingdom in His absence].
16 Toen kwam de eerste, zeggende:Meester, uw mina heeft tien mina’s verdiend.’
17 En hij zeide tot hem: Goed gedaan, goede dienaar; omdat gij getrouw zijt geweest in een kleinigheid, hebt gij gezag over tien steden.

Met andere woorden, je deed het goed met een beetje nu laten we eens zien wat je kunt doen met meer.

Luca (Lucas) 19:18-19
18 “En toen kwam de tweede en zei: ‘Meester, uw mina heeft vijf mina’s verdiend.’ Evenzo zeide hij tot hem:Ook gij zijt over vijf steden.’

Nogmaals, je bent trouw geweest met een beetje, laat ons zien wat je kunt doen met wat meer.

Luca (Lucas) 19:20-21
20 “Toen kwam er een ander, die zeide: Meester, hier is uw mina [my saved life], die ik in een zakdoek heb opgeborgen.
21 Want ik vreesde u, omdat u een sober man bent. [Je verzamelt wat je niet hebt gestort, en oogst wat je niet hebt gezaaid. [Nogmaals, koningen kunnen zo zijn.]

Nu, waar hebben we het hier over, hoewel? Wie is deze man? Wel, is dit misschien iemand die zijn wekelijkse Torah portie leest, en hij rust op de Sabbath en Feest dagen? Hij heeft een Hebreeuwse kijk op de Schriften, maar hij helpt Jesjoea niet om Zijn wereldwijde Koninkrijk op te bouwen. Hij doet eigenlijk niets voor Jesjoea. Zou het dat kunnen zijn?

Luca (Lucas) 19:22-23
22 “En hij zeide tot hem:Uit uw eigen mond zal ik u oordelen, gij goddelooze dienaar! Je wist dat ik een sober man was, die verzamelde wat ik niet had neergelegd en oogstte wat ik niet had gezaaid.
23 Waarom heb je mijn geld dan niet op de bank gezet, zodat ik het bij mijn komst met rente had kunnen ophalen?

Ik weet het niet, maar ik stel me zo voor dat de bediende hier erg verbaasd over was. Omdat hij in zijn ogen niets verkeerds heeft gedaan. Hij wilde er alleen zeker van zijn dat de Meester’s mina veilig zou zijn. Dus, hij legde het gewoon opzij in een zakdoek. Hij was niet van plan iets kwaads te doen, maar hij deed niet het goede dat zijn Meester van hem verwachtte. En dat is het verschil.

Luca (Lucas) 19:24-26
24 “En hij zeide tot hen, die bij hem stonden:Neem de mina [his saved life] van hem, en geef die aan hem, die tien mina’s heeft.
25 (Maar zij zeiden tot hem: “Meester, hij heeft tien mina’s.”)
26 ‘Want ik zeg u, dat aan iedereen die het heeft, gegeven zal worden; en van hem die het niet heeft, zal zelfs datgene wat hij heeft, van hem weggenomen worden.
27 Maar breng hier die vijanden van mij, die niet wilden dat ik over hen regeerde, en dood hen voor mijn aangezicht.””

De dienaren denken dat alles gelijk hoort te zijn in het koninkrijk en dat is niet zo. Omdat de meester meer zal geven aan degenen die hem helpen zijn koninkrijk op te bouwen, en degenen die hem niet helpen zijn koninkrijk op te bouwen zullen worden beoordeeld als ontrouw.

Het principe is dat we Jesjoea moeten gehoorzamen. We moeten de dingen doen die Hij zegt, niet alleen naar Zijn woorden luisteren.

Dus, dit is een wake-up call voor hen die slapen voor de eis om Yeshua te helpen Zijn Koninkrijk te bouwen.

If these works have been a help to you and your walk with our Messiah, Yeshua, please consider donating. Give